ECLI:NL:RVS:2016:437
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroepen vreemdelingen tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In hoger beroep stond centraal de beoordeling van het asielrelaas van vreemdeling 1, dat door de staatssecretaris aanvankelijk als ongeloofwaardig werd beschouwd op basis van een individueel ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken. De rechtbank oordeelde echter dat er concrete twijfel bestond aan de juistheid van dit ambtsbericht, mede vanwege een later ambtsbericht waarin een herziening werd aangekondigd.
De Afdeling overwoog dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de staatssecretaris het asielrelaas op grond van het eerste ambtsbericht in redelijkheid ongeloofwaardig kon achten, omdat vreemdeling 1 op essentiële punten onjuiste informatie had verstrekt. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.