ECLI:NL:RVS:2016:451
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake Wob-verzoek en bevoegdheid examinator Universiteit van Amsterdam
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant een Wob-verzoek ingediend bij de Universiteit van Amsterdam om correspondentie over de beoordeling van een tentamen te verkrijgen. De examinator verstrekte documenten, maar weigerde een specifiek e-mailbericht te verstrekken, waarop appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank oordeelde dat het college van bestuur bevoegd was, maar stelde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de rechtsgevolgen in stand bleven.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het college van bestuur als bevoegd bestuursorgaan had aangemerkt en dat de examinator niet bevoegd was om besluiten te nemen. De Raad van State oordeelde dat de examinator bevoegd was op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en dat het college van bestuur gemachtigd was de examinator in rechte te vertegenwoordigen.
Daarnaast betoogde appellant dat de examinator onzorgvuldig was in de informatieverstrekking omdat een e-mailbericht niet was verstrekt. De Raad van State bevestigde de rechtbank dat het niet redelijk was te verlangen dat de examinator verwijderde e-mails via de ICT-afdeling zou traceren, en dat geen bewijs was dat er nog relevante documenten bestonden. Ook het verzoek dat het college van bestuur het e-mailbericht had moeten opvragen faalde.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de bestreden uitspraken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank Amsterdam worden bevestigd.