ECLI:NL:RVS:2016:457
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen gedoogbevel bodemonderzoek locatie Leidschendam
Appellant is eigenaar van percelen te Leidschendam waar het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een gedoogbevel oplegde voor het uitvoeren van oriënterend en nader bodemonderzoek wegens vermoedelijke bodemverontreiniging door historische bedrijfsactiviteiten.
Appellant betoogde dat eerder bodemonderzoek in 1988 voldoende was en dat het gedoogbevel onnodig en onredelijk is, mede vanwege zijn ziekte en het feit dat hij niet op de locatie woont. Het college baseerde het gedoogbevel op een historisch onderzoek uit 2010 en eerdere rapporten die een potentieel ernstige verontreiniging aannemelijk maken.
De Raad van State oordeelt dat het college terecht het gedoogbevel oplegde, gezien de noodzaak van nader onderzoek en het ontbreken van voldoende medewerking van appellant. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en het vermoeden van een ander doel van het college faalt. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het gedoogbevel voor bodemonderzoek wordt ongegrond verklaard.