ECLI:NL:RVS:2016:468
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving wegens vermeende overschrijding aantal dieren op landbouwperceel
De zaak betreft een hoger beroep van een appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Molenwaard om geen handhavend op te treden tegen de maatschap die een melkrundveehouderij exploiteert op een perceel te Streefkerk. De appellant stelde dat de maatschap meer rundvee hield dan vergund, gebaseerd op een rundveestaat over een periode vóór het handhavingsverzoek.
Het college had het verzoek om handhaving afgewezen omdat tijdens controles geen overschrijding van het aantal dieren was geconstateerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De appellant voerde aan dat het college ten onrechte uitging van de controles en het principe van uitruiling van dieren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college zijn standpunt voldoende heeft gemotiveerd en dat de rundveestaat over een eerdere periode onvoldoende is om het tegendeel aannemelijk te maken. Het betoog over uitruiling faalt omdat niet is komen vast te staan dat het toegestane aantal dieren is overschreden.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering tot handhaving bevestigd.