ECLI:NL:RVS:2016:47
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.J. van Eck
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid staatssecretaris tot aanwijzing zorgaanbieder Het Phazezhuys op grond van Kwaliteitswet zorginstellingen
Het geschil betreft de vraag of de staatssecretaris bevoegd was om Het Phazezhuys een aanwijzing te geven op grond van artikel 8, eerste lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen (Kwz). Het Phazezhuys verleende zorg aan cliënten met een autismespectrumstoornis via persoonsgebonden budgetten, waarbij de zorg werd geleverd door [appellant] en zijn echtgenote gezamenlijk.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg constateerde dat Het Phazezhuys niet voldeed aan de eisen voor verantwoorde zorg en adviseerde de staatssecretaris tot het geven van een aanwijzing. De staatssecretaris volgde dit advies op en gaf een aanwijzing om de zorgverlening te staken totdat aan de eisen werd voldaan.
De rechtbank oordeelde dat Het Phazezhuys als een instelling in de zin van de Kwz kan worden beschouwd, omdat sprake is van een gezamenlijkheid die streeft naar het verlenen van zorg en feitelijk door meer dan één individu wordt verleend. [Appellant] voerde aan dat er geen sprake was van een organisatorisch verband met vastgelegde afspraken, maar dit werd door de Raad van State verworpen. De Raad bevestigde dat ook samenwerkingsverbanden met gebrekkige organisatie onder de Kwz vallen om de kwaliteit van zorg te waarborgen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris bevoegd was de aanwijzing te geven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing van de staatssecretaris aan Het Phazezhuys bevestigd.