ECLI:NL:RVS:2016:52
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaren tegen voorschotten toeslagen wegens termijnoverschrijding
De appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van voorschotten voor zorg- en huurtoeslag en kindgebonden budget over 2012 en 2013. De Belastingdienst/Toeslagen verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk omdat ze na de wettelijke termijn waren ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid.
Appellant voerde aan dat hij de bezwaren tijdig had verzonden en dat de Belastingdienst deze onterecht niet-ontvankelijk had verklaard. Hij wees op een rapport van de Nationale ombudsman en stelde dat de Belastingdienst ambtshalve de bezwaren had moeten behandelen. Ook stelde hij dat de Belastingdienst niet tijdig op zijn bezwaren had beslist.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de bezwaren tijdig had ingediend. Het enkele feit dat hij stelde de bezwaren per post te hebben verzonden, werd niet ondersteund door objectieve gegevens. Het aangehaalde rapport bood geen grond voor een ander oordeel. Verder was de informatie op de website van de Belastingdienst en het Besluit Fiscaal Bestuursrecht niet van toepassing in deze situatie. Het betoog over de te late besluitvorming faalde omdat appellant niet had toegelicht waarom dit tot onrechtmatigheid zou leiden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van de bezwaren bevestigd.