ECLI:NL:RVS:2016:526
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P.J.J. van Buuren
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tegemoetkoming planschade wegens onvoldoende motivering normale maatschappelijke risico
De appellant vroeg een tegemoetkoming in planschade na een bestemmingsplanwijziging die het gebruik van zijn woning beperkte tot persoonsgebonden overgangsrecht, wat volgens hem leidde tot waardevermindering. Het college wees de aanvraag af, gesteund op advies van de SAOZ, die stelde dat de schade binnen het normale maatschappelijke risico viel omdat de woning een noodwoning was en de planologische ontwikkeling paste binnen het ruimtelijke beleid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de planologische verandering in de lijn der verwachtingen lag en dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de schade niet onevenredig was in verhouding tot de waarde van het gebouw.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het college opnieuw moet beslissen, met inachtneming van een nader deskundigenadvies over de waardevermindering en het normale maatschappelijke risico. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd, en het college moet opnieuw beslissen met een nader deskundigenadvies.