ECLI:NL:RVS:2016:53
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- R.J.J.M. Pans
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bestemming en locatiekeuze regionaal bedrijventerrein Werkendam getoetst
De raad van de gemeente Werkendam stelde op 7 oktober 2014 het bestemmingsplan voor het Regionaal bedrijventerrein Werkendam vast. Appellanten voerden onder meer aan dat alternatieve locaties onvoldoende waren onderzocht, dat het milieueffectrapport niet voldeed, en dat de waterberging ontoereikend was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellanten belanghebbenden zijn, maar dat hun bezwaren tegen het milieueffectrapport en de bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie niet tot vernietiging leiden omdat deze normen niet tot bescherming van hun belangen strekken. De locatiekeuze is gebaseerd op beleidsvrijheid en een afweging van ruimtelijke, financiële en ontsluitingsaspecten, waarbij de raad de gronden van appellanten heeft meegewogen.
Ten aanzien van de waterhuishoudkundige bezwaren stelde de Afdeling vast dat de raad een waterhuishoudkundig plan heeft laten opstellen dat voorziet in voldoende waterberging, waarbij de strengste norm (T=10) is toegepast. De wijziging van de benodigde waterberging in het plan is toegelicht en gegrond. De beroepen zijn ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Regionaal bedrijventerrein Werkendam worden ongegrond verklaard.