ECLI:NL:RVS:2016:542
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door werkgevers ondanks beroep op zelfstandigheid vreemdelingen
Bij besluiten van 12 juni 2013 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan drie appellanten elk een boete van €40.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boetes betroffen het inzetten van Bulgaarse vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen.
De appellanten voerden onder meer aan dat de Bulgaarse werknemers als zelfstandigen werkten en dat de vergunningplicht daarmee niet van toepassing was. Ook stelden zij dat de vergunningplicht in strijd was met Europese regelgeving, met name de overgangsmaatregelen voor Bulgarije in het kader van het VWEU. De rechtbank had deze beroepen ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de feitelijke situatie wijst op een gezagsverhouding en dat de vreemdelingen niet als zelfstandigen, maar als werknemers werkzaam waren. De minister heeft de boetes passend en proportioneel opgelegd, waarbij de appellanten onvoldoende hebben aangetoond dat zij alles redelijkerwijs mogelijk hebben gedaan om overtreding te voorkomen. Het beroep op Europese vrij verkeer-regels faalt, mede omdat de overgangsmaatregelen nog van kracht waren.
De Raad van State verklaart de hoger beroepen ongegrond en bevestigt de boetes. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes van €40.000 per appellant wegens het laten werken van Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.