ECLI:NL:RVS:2016:551
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking subsidie agrarisch natuurbeheer wegens ontbreken gebruiksrecht
Appellant ontving subsidie voor agrarisch natuurbeheer voor de periode 2010-2015, gebaseerd op een grondgebruikersovereenkomst die eindigde op 1 januari 2013. Het college trok de subsidie in en vorderde de betaalde subsidie terug omdat appellant op de peildatum geen gebruiksrecht meer had over de percelen.
Appellant voerde aan dat hij nog steeds een persoonlijk of zakelijk recht had en dat hij door arbeidsongeschiktheid overmacht kon inroepen. De rechtbank en de Raad van State oordeelden dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij na 1 januari 2013 een recht op gebruik had en dat het beroep op overmacht faalde omdat het ontbreken van het gebruiksrecht niet het gevolg was van arbeidsongeschiktheid.
De Raad van State overwoog dat de subsidievoorwaarden vereisen dat het beheer gedurende zes aaneengesloten jaren plaatsvindt en dat het niet voldoen aan deze voorwaarde leidt tot terugvordering van de subsidie. Het college had geen beoordelingsruimte vanwege dwingende EU-regelgeving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de subsidie en de terugvordering van €74.715,49 wegens het ontbreken van een gebruiksrecht gedurende de subsidieperiode.