ECLI:NL:RVS:2016:564
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af op 29 april 2015. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende rekening heeft gehouden met de medische beperkingen van de vreemdeling. Uit het nader gehoor en de adviezen van MediFirst blijkt dat de vreemdeling emotioneel en vergeetachtig is, maar wel in staat is om haar asielrelaas te vertellen, met passende pauzes.
De brief van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO) bevestigt de medische beperkingen, maar leidt niet tot de conclusie dat de verklaringen van de vreemdeling niet tegen haar kunnen worden gebruikt. De Raad van State stelt vast dat de staatssecretaris zijn standpunt over de geloofwaardigheid van het asielrelaas deugdelijk heeft gemotiveerd, met name ten aanzien van tegenstrijdigheden over bedreigingen door de schoondochter.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.