ECLI:NL:RVS:2016:576
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens schending recht op aanwezigheid gemachtigde bij zitting
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De vreemdeling klaagde dat de rechtbank zijn beroep op 10 december 2015 behandelde terwijl zijn gemachtigde verhinderd was en om uitstel had verzocht. De rechtbank wees dit verzoek af en behandelde de zaak zonder de gemachtigde, zonder dit voldoende te motiveren.
De Raad van State oordeelde dat hierdoor het recht van de vreemdeling op aanwezigheid van zijn gemachtigde bij de zitting was geschonden. Dit was onrechtmatig omdat in vergelijkbare zaken wel uitstel was verleend zonder relevante verschillen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor nieuwe beslissing met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast stelde de Raad van State de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe beslissing.