ECLI:NL:RVS:2016:577
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens schending recht op aanwezigheid gemachtigde bij zitting in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling klaagde dat de rechtbank zijn verzoek om uitstel van de zitting wegens verhindering van zijn gemachtigde ten onrechte had afgewezen, waardoor de zaak zonder aanwezigheid van zijn gemachtigde werd behandeld. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank het recht van de vreemdeling op aanwezigheid van zijn gemachtigde heeft geschonden door onvoldoende te motiveren waarom het uitstelverzoek werd afgewezen.
Gelet op het feit dat in vergelijkbare zaken wel uitstel werd verleend en geen relevante verschillen waren aangetoond, verklaarde de Raad van State het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor hernieuwde behandeling met inachtneming van de uitspraak.
De Raad stelde tevens de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.