ECLI:NL:RVS:2016:587
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel
De vreemdelingen hadden een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, maar de staatssecretaris nam deze aanvragen niet in behandeling. De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond. Tegen deze uitspraak stelden zij hoger beroep in en verzochten zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Zij stelden dat zij na overdracht aan Italië geen opvang hadden gekregen en op straat moesten slapen, in strijd met garanties en het arrest Tarakhel van het EHRM. Uit het verzoek bleek echter dat zij Italië al hadden verlaten en in Oostenrijk asiel hadden aangevraagd en opvang ontvingen. Er was geen sprake van ontoereikende opvang of dreiging van beëindiging daarvan.
Ook het verzoek om een schriftelijke bevestiging van opvang in het Italiaanse SPRAR-systeem werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek kennelijk ongegrond was en wees het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen spoedeisend belang bestaat en de vreemdelingen opvang ontvangen in Oostenrijk.