ECLI:NL:RVS:2016:610
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 26 mei 2015 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de wijk Bohemen-Meer en Bos. Appellant en anderen stelden beroep in tegen dit besluit, met name tegen de aanwijzing van locatie 92-16D aan de Muurbloemweg. De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is voor de personen wiens identiteit niet tijdig kenbaar was gemaakt.
De inhoudelijke beoordeling richtte zich op de redelijkheid van de locatiekeuze. Het college mocht wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp en hield rekening met individuele belangen van omwonenden. De Raad oordeelde dat de locatie geen verkeersveiligheidsrisico's oplevert, mede doordat de ORAC's niet breder zijn dan geparkeerde auto's en een stoep met stoeprand wordt aangelegd. Ook het effect op het straatbeeld werd als acceptabel beoordeeld gezien de geringe hoogte van de bovengrondse delen.
Een alternatieve locatie in een groenstrook werd afgewezen vanwege veiligheidsrisico's bij het legen van de containers over de stoep. De Raad concludeerde dat het college in redelijkheid de gekozen locatie kon aanwijzen. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard voor anderen dan appellant en voor het overige ongegrond.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor anderen dan appellant en voor het overige ongegrond verklaard.