ECLI:NL:RVS:2016:629
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- N.S.J. Koeman
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak inzake beroep tegen besluit intrekking omgevingsvergunning
Bij besluit van 23 januari 2013 verleende het dagelijks bestuur van het stadsdeel West een omgevingsvergunning voor bouwkundige veranderingen aan een woning in Amsterdam, waaronder het maken en vergroten van koekoeken. [Appellant], eigenaar van een naastgelegen woning, maakte bezwaar tegen deze vergunning en vorderde intrekking ervan. Het algemeen bestuur verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het intrekkingsverzoek af. De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen van [appellant] tegen deze besluiten ongegrond.
[Appellant] stelde onder meer dat de rechtbank ten onrechte een andere rechter de uitspraak had laten doen, dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil was getreden door ook over het intrekkingsbesluit te oordelen, en dat de vergunning onduidelijk was en niet voldeed aan het Bouwbesluit 2012. De Raad van State oordeelde dat de vervanging van de rechter met toestemming van partijen rechtmatig was, maar dat de rechtbank buiten de omvang van het geschil was getreden door ook over het besluit van 11 september 2013 te oordelen, aangezien het beroep uitsluitend tegen het besluit van 28 augustus 2013 was gericht.
Verder verwierp de Raad van State de overige bezwaren van [appellant], zoals de onduidelijkheid over de vergunning en de beoordeling van de sloop van de balustrade en de afwatering van hemelwater. Ook het betoog over de welstandstoetsing faalde. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor zover het de beoordeling van het besluit van 11 september 2013 betreft, de uitspraak van de rechtbank werd op dat punt vernietigd en voor het overige bevestigd. Het algemeen bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan [appellant].
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het beroep tegen het besluit van 11 september 2013 betreft en bevestigd voor het overige; het algemeen bestuur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.