ECLI:NL:RVS:2016:639

Raad van State

Datum uitspraak
9 maart 2016
Publicatiedatum
9 maart 2016
Zaaknummer
201504295/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wob
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek om informatie op grond van de Wob wegens niet-beschikbaarheid gegevens

De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep ongegrond verklaarde tegen het besluit van de minister om een verzoek om informatie gedeeltelijk af te wijzen. Het verzoek betrof openbaarmaking van metagegevens over een boetebeschikking die nog niet bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) aanwezig waren op het moment van het verzoek.

De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van artikel 3 van Pro de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een verzoek om informatie slechts betrekking kan hebben op documenten die al bestaan op het moment van het verzoek. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat documenten die na het verzoek worden vervaardigd niet kunnen worden opgevraagd.

In deze zaak was op het moment van het verzoek, 25 augustus 2014, de gevraagde informatie nog niet aanwezig bij de CVOM omdat deze pas wordt ontvangen nadat administratief beroep is ingesteld en gegevens zijn opgevraagd bij het CJIB. Dit werd door appellant niet betwist. Daarom was het verzoek terecht afgewezen en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.

De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan op 9 maart 2016 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

201504295/1/A3.
Datum uitspraak: 9 maart 2016
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 april 2015 in zaak nr. 14/11398 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 1 september 2014 heeft de minister een verzoek om informatie van [appellant] gedeeltelijk afgewezen.
Bij besluit van 6 november 2014 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij besluit van 11 maart 2015 heeft de minister het besluit van 6 november 2014 herroepen en het door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 13 april 2015 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 februari 2016, waar [appellant], vertegenwoordigd door F.P.B. Waals, en de minister, vertegenwoordigd door mr. C.J. Louisse en J. Jansen, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.
2. [appellant] voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister zijn bezwaar tegen het besluit van 1 september 2014 terecht ongegrond heeft verklaard.
3. Volgens de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 1986-1987, 19 859, nr. 3, blz.11) heeft de Wob ten doel de burger in de gelegenheid te stellen de bestuurlijke besluitvormingsprocessen in het heden en verleden te doorzien. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 21 augustus 2002 in zaak nr. 200105270/1) volgt hieruit dat een verzoek geen betrekking kan hebben op na dat verzoek vervaardigde documenten.
3.1. [appellant] heeft de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (hierna: CVOM) bij faxbericht van 25 augustus 2014, met een beroep op de Wob, voor zover thans nog van belang, verzocht om openbaarmaking van metagegevens betreffende de aan hem gerichte boetebeschikking met CJIB-nummer [CJIB-nummer], die tot en met 1 september 2014 in het informatiesysteem van de CVOM zijn en zullen worden vastgelegd.
De minister heeft erop gewezen dat de CVOM pas informatie ontvangt over een boetebeschikking als tegen die beschikking administratief beroep bij de officier van justitie is ingesteld. Vanaf dat moment wordt informatie opgevraagd bij het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB) over de beschikking. Het duurt vervolgens doorgaans enkele dagen voordat de betreffende informatie van het CJIB wordt ontvangen, aldus de minister. Niet is gebleken dat dit onjuist is.
Voorts heeft de minister gesteld dat de CVOM bij het CJIB gegevens heeft opgevraagd over de boetebeschikking met CJIB-nummer [CJIB-nummer], welke gegevens op 1 september 2014 door de CVOM zijn ontvangen. [appellant] heeft dit niet bestreden.
Ten tijde van het verzoek, op 25 augustus 2014, berustte dus nog geen informatie bij de CVOM over de aan [appellant] opgelegde boetebeschikking met CJIB-nummer [CJIB-nummer].
3.2. Gelet op hetgeen onder 3.1. is overwogen heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat het verzoek, voor zover thans nog in geding, betrekking heeft op informatie die nog niet aanwezig was bij de CVOM op het moment van het indienen van het verzoek.
3.3. Reeds gelet op hetgeen is overwogen onder 3.1. en 3.2. is het hoger beroep ongegrond en behoeven de overige hogerberoepsgronden geen bespreking meer. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van de gronden waarop deze rust, te worden bevestigd.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. C.M. Wissels, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, griffier.
w.g. Borman w.g. Neuwahl
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2016
280.