ECLI:NL:RVS:2016:646
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onjuiste afweging extra tijd reductieprogramma oplosmiddelen
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland legde appellant op 7 oktober 2010 een last onder dwangsom op wegens overtreding van emissiegrenswaarden uit het Oplosmiddelenbesluit. Appellant voerde aan dat zij een reductieprogramma uitvoerde en extra tijd nodig had om aan de normen te voldoen. Het college weigerde echter extra tijd toe te kennen na 31 oktober 2007, waarna appellant bezwaar en beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU, die oordeelde dat extra tijd ook na 31 oktober 2007 kan worden toegekend mits toestemming van bevoegde autoriteiten is verkregen. Het college had deze toestemming niet gegeven en had het verzoek van appellant niet adequaat beoordeeld volgens de criteria van het Hof.
De Afdeling oordeelde dat het college onjuist had gehandeld door niet tijdig en deugdelijk te beslissen op het verzoek om extra tijd en daardoor ten onrechte handhavend was opgetreden. De last onder dwangsom werd vernietigd en het hoger beroep van appellant gegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De last onder dwangsom is vernietigd wegens onjuiste afweging van het verzoek om extra tijd en het college is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.