ECLI:NL:RVS:2016:66
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening bestemmingsplan voor burgerwoning nabij agrarisch bedrijf
De appellant bezit een perceel met een voormalige bedrijfswoning die hij sinds 2002 als burgerwoning gebruikt. Het geldende bestemmingsplan kent echter de bestemming 'Recreatieve doeleinden' toe, waardoor burgerbewoning niet is toegestaan. De appellant heeft meerdere aanvragen ingediend voor een herziening van het bestemmingsplan om burgerbewoning planologisch mogelijk te maken.
De gemeenteraad wees deze aanvragen af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De appellant stelde dat de aanvragen ten onrechte als verzoeken tot herziening van het bestemmingsplan werden opgevat, terwijl zij in feite gebruik wilden maken van een afwijkingsbevoegdheid binnen het bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanvragen duidelijk gericht waren op een nieuw bestemmingsplan en dat er geen sprake was van een positieve fictieve beschikking.
De appellant voerde aan dat de raad onterecht stelde dat burgerbewoning de bedrijfsvoering van het naastgelegen agrarisch bedrijf zou beperken en dat een geurverordening een oplossing zou kunnen bieden. De Afdeling stelde dat de raad terecht rekening hield met de mogelijke beperking van het agrarisch bedrijf en dat het ontbreken van een geurverordening op het moment van besluitvorming een redelijke grond vormde om het verzoek af te wijzen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de herziening van het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard.