ECLI:NL:RVS:2016:67
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vereniging wint hoger beroep inzake overschrijdingsbedrag Wet op het Primair Onderwijs
De zaak betreft een geschil over de berekening van het overschrijdingsbedrag en -percentage voor de periode 2001-2005 volgens de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). Het college van gedeputeerde staten van Groningen had het overschrijdingsbedrag vastgesteld op €7.334,00, terwijl de vereniging vond dat dit bedrag veel hoger moest zijn vastgesteld.
De vereniging stelde dat het college onjuist had gehandeld bij de vaststelling van de stand van de reserve per 1 januari 2001 en de eindstand per 31 december 2005, onder meer vanwege een verzelfstandiging van het openbaar onderwijs en onterecht buiten beschouwing gelaten uitgaven. De rechtbank had het beroep van de vereniging ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep van de vereniging gegrond.
De Afdeling oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom bepaalde bedragen buiten de overschrijdingsregeling zijn gelaten en dat het college de stand van de reserve per 1 januari 2001 moet vaststellen op €95.076,00 in lijn met een eerdere afspraak met Ten Boer. Tevens moet het college de uitgaven verhogen met €37.356,00 en nader motiveren waarom een bedrag van €78.945,00 buiten de regeling valt.
Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij het overschrijdingsbedrag en -percentage opnieuw worden vastgesteld, met inachtneming van de uitspraak. Het hoger beroep van het college wordt niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vereniging.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vereniging wordt gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd, waarna het college een nieuw besluit moet nemen over het overschrijdingsbedrag en -percentage.