ECLI:NL:RVS:2016:680
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- F.C.M.A. Michiels
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vergoeding planschade door wijziging bestemmingsplan windturbine
Het college van burgemeester en wethouders van Drechterland wees een verzoek van appellant om vergoeding van planschade af, omdat het nieuwe bestemmingsplan de bouwhoogte van windturbines wijzigde. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het oude bestemmingsplan een binnenplanse vrijstelling kende voor een windturbine met een ashoogte van maximaal 50 meter, inclusief rotor, terwijl het herziene nieuwe bestemmingsplan een maximale masthoogte van 41 meter voorschrijft, waarbij de rotordiameter niet wordt meegeteld. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het college niet de juiste wijze van meten had toegepast bij de planvergelijking.
De Afdeling stelde vast dat het herziene nieuwe bestemmingsplan ruimere planologische mogelijkheden biedt dan het oude plan, omdat bij een masthoogte van 41 meter en een rotor van 18 meter de totale hoogte 50 meter kan bereiken. Hierdoor is geen sprake van planschade. Het hoger beroep van het college werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college het nieuwe besluit op bezwaar mocht baseren op een grond die eerder niet was betrokken, en dat een proceskostenveroordeling niet op zijn plaats is omdat appellant verantwoordelijk is voor kennisname van planvoorschriften.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard omdat het herziene bestemmingsplan ruimere bouwmogelijkheden biedt en geen planschade is geleden.