ECLI:NL:RVS:2016:686
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herziening definitieve vaststelling zorgtoeslag 2009
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 12 maart 2014 de definitieve vaststelling van de zorgtoeslag over 2009 herzien en een bedrag teruggevorderd. Het bezwaar van de wederpartij werd door de Belastingdienst ongegrond verklaard, maar de rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het bezwaarbesluit. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst geen grondslag had voor de herziening op basis van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en dat herziening ten nadele van de wederpartij niet was toegestaan op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir).
De Belastingdienst stelde dat de rechtbank ten onrechte van een verkeerde wettelijke grondslag was uitgegaan en dat artikel 20 van Pro de Awir juist de basis vormde voor het besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank dit inderdaad verkeerd had beoordeeld en dat de Belastingdienst bevoegd was om de zorgtoeslag te herzien op grond van artikel 20 Awir Pro, ook al stond de aanslag inkomstenbelasting nog niet definitief vast.
Verder faalden de bezwaren van de wederpartij over het intrekken van uitstel van betaling en het niet tijdig verzenden van stukken aan zijn gemachtigde, omdat dit geen gevolgen had voor zijn rechtspositie. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de wederpartij ongegrond verklaard.