ECLI:NL:RVS:2016:687
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening zorgtoeslag en kindgebonden budget na wijziging toeslagpartnerinkomen
In deze zaak is het recht op zorgtoeslag en kindgebonden budget over het jaar 2011 aan de orde. De Belastingdienst/Toeslagen heeft het recht van appellant herzien naar aanleiding van gewijzigde inkomensgegevens van haar toenmalige toeslagpartner, haar ex-echtgenoot. Het verzamelinkomen van de toeslagpartner werd vastgesteld op €55.894, wat hoger was dan eerder aangenomen.
De herziening leidde tot een terugvordering van reeds uitbetaalde toeslagen, omdat het gezamenlijke toetsingsinkomen van appellant en haar toeslagpartner werd vastgesteld op €56.682, waardoor appellant geen recht meer had op zorgtoeslag en slechts een lager kindgebonden budget toekwam. Appellant voerde aan dat de Belastingdienst onzorgvuldig had gehandeld door geen rekening te houden met de WSNP-status van haar ex-echtgenoot en de daaruit voortvloeiende terugbetalingen van bijstandsuitkeringen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de Belastingdienst op grond van de Awir verplicht was uit te gaan van het door de inspecteur vastgestelde verzamelinkomen. Een belangenafweging zoals voorgesteld door appellant is bij de toepassing van artikel 20 Awir Pro niet aan de orde. Ook het bezwaar tegen de invordering van de terugvordering valt buiten het bestreden besluit en kan apart worden behandeld.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de zorgtoeslag en het kindgebonden budget over 2011 wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.