ECLI:NL:RVS:2016:71
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R. van der Spoel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR over onderzoek rijvaardigheid wegens onvoldoende motivering mutatierapport
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft appellante bij besluit van 20 februari 2013 verplicht mee te werken aan een onderzoek naar haar rijvaardigheid, gebaseerd op een mededeling van de korpschef van politie en een mutatierapport waarin rijgedragingen werden beschreven die aanleiding gaven tot twijfel aan haar rijvaardigheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het mutatierapport als voldoende grondslag beschouwde. Appellante stelde echter dat het mutatierapport onvoldoende concreet en controleerbaar was, onder meer omdat niet duidelijk was welke politieambtenaar welke gedraging had waargenomen en het rapport niet op ambtseed was opgesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het mutatierapport inderdaad onvoldoende duidelijkheid en controleerbaarheid bood om het vereiste vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid te ondersteunen. Hierdoor kon het besluit van het CBR niet in stand blijven en werd het vernietigd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep en het beroep gegrond, herroept het besluit van 20 februari 2013 en vernietigt het besluit van 29 juli 2013. Tevens veroordeelde zij het CBR tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het CBR om appellante te verplichten mee te werken aan een rijvaardigheidsonderzoek wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.