ECLI:NL:RVS:2016:774
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over weigering Wob-informatie door minister Veiligheid en Justitie
Bij besluit van 28 april 2014 wees de minister van Veiligheid en Justitie een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van appellant af. Appellant maakte bezwaar, waarop de minister bij besluit van 26 augustus 2014 het eerdere besluit deels herroept maar het verzoek alsnog deels afwijst en stelt dat geen dwangsom verschuldigd is. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte aannam dat documenten over het driemaal moeten produceren van schone ontlasting niet onder de minister berusten en dat de rechtbank onterecht geen toestemming vroeg voor kennisneming van een vertrouwelijk document van januari 2012. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank inderdaad niet aan appellant heeft gevraagd om toestemming voor kennisneming van het vertrouwelijke document, wat in strijd is met artikel 8:29, vijfde lid, Awb.
Verder oordeelt de Afdeling dat de minister het document van januari 2012 terecht niet openbaar maakte vanwege het belang van opsporing en vervolging. Ook is het beroep tegen de beslissing dat geen dwangsom verschuldigd is gegrond verklaard, omdat de rechtbank dit niet heeft beoordeeld. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen tegen de besluiten van 26 augustus 2014 ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2014 ongegrond verklaard.