ECLI:NL:RVS:2016:817
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 21 augustus 2015 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
In het hoger beroep voerde de vreemdeling onder meer aan dat zij behoort tot een religieuze groepering die door de Chinese autoriteiten als 'evil cult' wordt bestempeld. Deze grief werd echter buiten de beroepstermijn ingediend en daarom buiten beschouwing gelaten. Daarnaast werd een brief van Vluchtelingenwerk Nederland overgelegd die na de uitspraak van de rechtbank dateerde en niet eerder kon worden overgelegd.
De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde grieven niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden en dat geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond.