ECLI:NL:RVS:2016:817

Raad van State

Datum uitspraak
17 maart 2016
Publicatiedatum
23 maart 2016
Zaaknummer
201508627/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.J. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 85 Vw 2000Art. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 21 augustus 2015 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.

In het hoger beroep voerde de vreemdeling onder meer aan dat zij behoort tot een religieuze groepering die door de Chinese autoriteiten als 'evil cult' wordt bestempeld. Deze grief werd echter buiten de beroepstermijn ingediend en daarom buiten beschouwing gelaten. Daarnaast werd een brief van Vluchtelingenwerk Nederland overgelegd die na de uitspraak van de rechtbank dateerde en niet eerder kon worden overgelegd.

De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde grieven niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden en dat geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond.

Uitspraak

201508627/1/V2.
Datum uitspraak: 17 maart 2016
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 18 november 2015 in zaak nr. 15/15714 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 21 augustus 2015 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 18 november 2015 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.E.M. de Vries, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend en het hoger beroep aangevuld.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. In de op 24 december 2015 ontvangen brief heeft de vreemdeling haar hoger beroep aangevuld met een nieuwe grief. Zij betoogt daarin dat zij behoort tot een religieuze groepering die door de Chinese autoriteiten als 'evil cult' is aangemerkt. Deze grief is buiten de voor het instellen van hoger beroep gestelde termijn ingediend en dient daarom buiten beschouwing te worden gelaten. Voorts dateert het bij voormelde brief overgelegde nadere stuk, een brief van Vluchtelingenwerk Nederland van 15 december 2015 met bijlagen, van na de aangevallen uitspraak, die ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) dwingend als object van hoger beroep is aangewezen. De vreemdeling heeft niet gesteld dat dit stuk, dat op haar verzoek is opgesteld en betrekking heeft op 'evil cults', niet eerder had kunnen worden opgesteld en overgelegd, zodat dit stuk niet bij de beoordeling van het hoger beroep kan worden betrokken.
2. Hetgeen in het hogerberoepschrift is aangevoerd en aan artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 voldoet, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, met dat oordeel volstaan.
3. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Van Eck w.g. Van Loon
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2016
802.