ECLI:NL:RVS:2016:824
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico Zuid-Korea
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 3 november 2014 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank en de staatssecretaris onvoldoende hadden gemotiveerd waarom de vreemdeling, als echtgenoot van een persoon die in een wapenfabriek in Noord-Korea werkte en over militaire informatie beschikt, niet behoort tot de categorie personen die voor het Noord-Koreaanse regime waardevol zijn en daardoor risico lopen bij vestiging in Zuid-Korea. De staatssecretaris had niet aannemelijk gemaakt dat de Noord-Koreaanse autoriteiten niet op de hoogte zouden raken van zijn verblijf in Zuid-Korea en dat daardoor geen gevaar voor zijn familie zou ontstaan.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover het het beroep ongegrond verklaarde, en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering omtrent het risico voor familie in Noord-Korea.