ECLI:NL:RVS:2016:832

Raad van State

Datum uitspraak
30 maart 2016
Publicatiedatum
30 maart 2016
Zaaknummer
201506609/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. Vlasblom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering verklaring van geen bezwaar door minister van Defensie

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Defensie van 26 mei 2014, waarin de minister weigerde een verklaring van geen bezwaar af te geven. Dit bezwaar werd op 5 februari 2015 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Gelderland, die bij uitspraak van 14 juli 2015 het beroep ongegrond verklaarde.

Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting op 15 maart 2016 heeft appellant, bijgestaan door zijn advocaat, zijn eerdere gronden herhaald zonder nieuwe argumenten aan te voeren. De Afdeling oordeelde dat appellant niet had toegelicht waarom het oordeel van de rechtbank onjuist zou zijn en dat het aangevoerde niet tot vernietiging van de uitspraak kon leiden.

De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 30 maart 2016 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

201506609/1/A3.
Datum uitspraak: 30 maart 2016
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 juli 2015 in zaak nr. 14/8006 in het geding tussen:
[appellant]
en
de staatssecretaris van Defensie (lees: de minister van Defensie).
Procesverloop
Bij besluit van 26 mei 2014 heeft de minister geweigerd een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van [appellant] af te geven.
Bij besluit van 5 februari 2015 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 14 juli 2015 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 maart 2016, waar [appellant], bijgestaan door mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Baarn, en de minister, vertegenwoordigd door mr. A.I. Bieri, werkzaam bij het ministerie, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Hetgeen [appellant] als gronden in zijn hogerberoepschrift aanvoert, is een letterlijke herhaling van de gronden die hij in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank heeft deze beroepsgronden gemotiveerd verworpen. [appellant] heeft in zijn hogerberoepschrift niet uiteengezet dat en waarom het desbetreffende oordeel onjuist is. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [appellant] ook ter zitting niets naar voren gebracht waaruit volgt waarom de aangevallen uitspraak volgens hem onjuist is.
Gelet hierop kan het aangevoerde niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Nell, griffier.
w.g. Vlasblom w.g. Nell
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2016
597.