ECLI:NL:RVS:2016:846
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bezwaar kinderopvangtoeslag 2009 wegens termijnoverschrijding
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen bij besluit van 27 mei 2014 de kinderopvangtoeslag van appellante over 2009 vastgesteld op nihil. Appellante had bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door de Belastingdienst/Toeslagen niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij het besluit niet tijdig had ontvangen en dat de Belastingdienst/Toeslagen ten onrechte had aangenomen dat het besluit op of omstreeks 27 mei 2014 was verzonden. Zij voerde aan dat het besluit pas in januari 2015 als duplicaat was verzonden en dat zij de Belastingdienst toen in gebreke had gesteld wegens het uitblijven van een besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Belastingdienst aannemelijk had gemaakt dat het besluit op het juiste adres was verzonden, conform de geautomatiseerde verzendingsprocedure, en dat het aan appellante was om feiten te stellen die de ontvangst konden betwijfelen. Appellante slaagde hier niet in met haar enkele stelling. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 maart 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.