ECLI:NL:RVS:2016:868
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing ontheffing inburgeringsplicht na termijnverlenging
Appellant, houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, kreeg van het Drechtstedenbestuur een termijnverlenging tot 28 juli 2015 om het inburgeringsexamen te behalen. Hij slaagde voor het centrale deel maar faalde voor het praktijkdeel. Het bestuur weigerde zijn bezwaar tegen het niet verlenen van ontheffing van de inburgeringsplicht, omdat appellant geen aanvraag tot ontheffing had ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij geen aanvraag tot ontheffing had gedaan. Hij stelde dat hij later alsnog ontheffing kreeg en daarom aanspraak maakte op vergoeding van medische advieskosten.
De Raad van State oordeelt dat op grond van de Wet inburgering en het Besluit inburgering een aanvraag tot ontheffing vereist is, inclusief een medisch advies van een onafhankelijke arts. Omdat appellant geen aanvraag had ingediend vóór de termijnverlenging, was het bestuur terecht niet tot ontheffing overgegaan. De latere ontheffing na 11 november 2015 verandert hier niets aan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.