ECLI:NL:RVS:2016:877
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag tweede toevoeging voor rechtsbijstand bij gelijke rechtsbelangen
De appellant heeft een aanvraag ingediend voor een tweede toevoeging voor rechtsbijstand in een procedure bij de rechtbank Den Haag, nadat hij reeds een toevoeging had ontvangen voor een eerdere procedure over hetzelfde rechtsbelang. De raad voor rechtsbijstand wees deze aanvraag af omdat het voeren van verweer in de verzetprocedure niet wezenlijk verschilde van de eerdere zaak.
De rechtbank oordeelde dat beide procedures bij dezelfde rechtbank plaatsvinden, waardoor geen sprake is van behandeling in meer dan één instantie. De appellant stelde dat het ging om verschillende instanties binnen de rechtbank, namelijk het team handel en de kantonrechter, maar dit verweer werd verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat op grond van artikel 28 en Pro 32 van de Wet op de Rechtsbijstand slechts één toevoeging wordt verleend voor hetzelfde rechtsbelang binnen één instantie. Omdat beide procedures bij de rechtbank Den Haag lopen en hetzelfde feitencomplex betreffen, is de aanvraag terecht afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant wordt bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een tweede toevoeging voor rechtsbijstand.