ECLI:NL:RVS:2016:879
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toewijzing proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke toevoegingszaak
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van een verleende toevoeging door de raad voor rechtsbijstand. De raad kwam bij besluit van 8 december 2014 terug op die intrekking. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit van de raad, maar wees vergoeding van proceskosten af. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende, terwijl dit bij gegrondverklaring van het beroep in de regel wel gebeurt. Ook had de rechtbank moeten bepalen dat de raad het betaalde griffierecht vergoedt. De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze geen proceskostenvergoeding bevatte.
De raad voor rechtsbijstand werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 992,00 voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 45,00 voor de behandeling van het beroep. Tevens werd bepaald dat de griffier het betaalde griffierecht van € 123,00 voor het hoger beroep aan appellante terugbetaalt.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de raad voor rechtsbijstand tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.