ECLI:NL:RVS:2016:880
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging echtscheidingsprocedure na eerdere toevoeging en relatiebreuk
Bij besluit van 1 april 2014 wees de raad een verzoek van appellante om een toevoeging voor een echtscheidingsprocedure af, omdat reeds een toevoeging was verstrekt voor een eerdere echtscheiding. Na bezwaar verleende de raad alsnog een toevoeging, maar weigerde vergoeding van kosten voor het bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellante voldoende informatie had verstrekt over een nieuwe relatiebreuk, die aanleiding gaf tot een nieuwe procedure. De raad was aanvankelijk niet op de hoogte van deze nieuwe relatiebreuk en baseerde zijn besluit op de beschikbare informatie, waarin geen sprake was van een nieuw verzoek. De rechtbank oordeelde dat het op appellante rustte om deze informatie te verstrekken.
Appellante betoogde dat de raad eerst aanvullende informatie had moeten inwinnen, maar de Raad van State oordeelt dat op grond van artikel 4:2 Awb Pro de aanvrager verplicht is de benodigde gegevens te verstrekken. Omdat de raad niet onrechtmatig heeft gehandeld en het bezwaar niet tot herroeping van het besluit leidde, faalt het hoger beroep. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.