ECLI:NL:RVS:2016:892
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde kinderopvangtoeslag over 2010
Appellante maakte in de periode januari tot en met april 2010 gebruik van kinderopvang voor drie kinderen en ontving daarvoor voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten in 2012 en 2013 de toeslag definitief vastgesteld op nihil en de teveel betaalde voorschotten van €12.652 teruggevorderd, omdat appellante niet kon aantonen dat zij zelf kosten had gemaakt en de opvang niet op basis van een overeenkomst als bedoeld in artikel 52 Wko Pro plaatsvond.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond. Appellante voerde aan dat zij op aanwijzing van de gemeente gebruik maakte van de opvang en mocht vertrouwen dat de gemeente de kosten zou voldoen, maar zij had geen aanvraag ingediend en ontving geen besluit over een tegemoetkoming. Zij kon dus niet aantonen dat zij de kosten van €2.514 die niet door de toeslag werden gedekt, had betaald.
De Raad van State overweegt dat op grond van artikel 7 Wko Pro en artikel 18 Awir Pro degene die toeslag ontvangt moet aantonen dat hij kosten heeft gemaakt. Nu appellante dit niet heeft gedaan en geen recht op toeslag heeft, is de terugvordering terecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €12.652 aan teveel betaalde kinderopvangtoeslag bevestigd.