ECLI:NL:RVS:2016:894
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nationaal paspoort wegens verlies Nederlanderschap door langdurig verblijf in buitenland
De minister van Buitenlandse Zaken weigerde op 10 april 2013 de aanvraag van appellant voor een nationaal paspoort in behandeling te nemen vanwege onduidelijkheid over zijn identiteit. Na diverse procedures, waaronder een vernietiging van eerdere uitspraken door de Afdeling bestuursrechtspraak, stelde de minister bij besluit van 27 juli 2015 dat appellant het Nederlanderschap had verloren omdat hij sinds 1998 onafgebroken in Pakistan woont en tevens de Pakistaanse nationaliteit bezit.
Appellant voerde aan dat hij alleen de Nederlandse nationaliteit heeft en zijn Pakistaanse paspoort had ingeleverd. De minister verwees naar de Pakistaanse nationaliteitswetgeving waaruit blijkt dat appellant de Pakistaanse nationaliteit heeft behouden. Dit werd bevestigd door de verstrekking van Pakistaanse identiteitskaarten in 1992, 2002 en 2011. Het enkele feit dat appellant zijn Pakistaanse paspoort zou hebben ingeleverd, leidt niet tot verlies van die nationaliteit.
Op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, gaat het Nederlanderschap verloren indien een meerderjarige met dubbele nationaliteit gedurende tien jaar onafgebroken buiten Nederland verblijft, wat hier het geval is. Artikel 9 van Pro de Paspoortwet geeft alleen recht op een paspoort aan Nederlanders, zodat de minister terecht de aanvraag buiten behandeling stelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door lid Slump in aanwezigheid van griffier De Vries op 6 april 2016.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de minister om de aanvraag voor een nationaal paspoort buiten behandeling te stellen wegens verlies van het Nederlanderschap wordt ongegrond verklaard.