ECLI:NL:RVS:2016:895
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- J.A. Hagen
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake handhavingsverzoek opslag gebruik perceel Soest
Het college van burgemeester en wethouders van Soest wees een verzoek van bewoners om handhavend op te treden tegen opslaggebruik van een perceel in Soest af. De bewoners stelden dat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van de bewoners tegen het besluit van het college gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht tot een nieuw besluit.
Het college stelde in hoger beroep dat het bestemmingsplan dat het gebruik reguleerde, het uitbreidingsplan uit 1949, per 1 juli 2013 rechtsgevolg had verloren op grond van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening. Hierdoor zou geen planologisch regime meer gelden voor het perceel en zou het gebruik geen overtreding zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank dit niet had onderkend en dat het college terecht stelde dat het gebruik geen overtreding oplevert. Het hoger beroep van het college werd gegrond verklaard en het beroep van de bewoners ongegrond. Het incidenteel hoger beroep van de bewoners werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover het beroep gegrond werd verklaard en het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. De Afdeling verklaarde het beroep tegen het besluit van het college ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het handhavingsverzoek ongegrond.