ECLI:NL:RVS:2016:896
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag voeren titel doctorandus op grond van buitenlandse graad
De minister heeft op 18 april 2014 de aanvraag van appellant om de titel doctorandus te mogen voeren afgewezen omdat de buitenlandse opleiding niet gelijkwaardig is aan de Nederlandse. De rechtbank Noord-Holland heeft deze afwijzing op 29 mei 2015 bevestigd, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat het advies van Nuffic, dat de minister als basis gebruikte, onjuist was en dat zijn opleiding in Cuba gelijkwaardig zou zijn aan de Nederlandse opleiding. De Raad van State oordeelt echter dat de minister terecht op het deskundige advies van Nuffic mocht vertrouwen, dat de opleiding wezenlijke verschillen vertoont, zoals een lager aanvangsniveau, geen rechtstreekse toegang tot promotie en niet-relevante vakken.
De Raad van State stelt vast dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister de aanvraag in redelijkheid mocht afwijzen. De omstandigheden die appellant aanvoert, waaronder zijn studie aan Nederlandse instellingen en zijn status als enige Nederlander afgestudeerd aan een Cubaanse universiteit, rechtvaardigen geen afwijking van de beleidsregel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag om de titel doctorandus te mogen voeren wegens wezenlijke verschillen met de Nederlandse opleiding.