ECLI:NL:RVS:2016:901
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging voor rechtsbijstand in leerplichtzaak bij kantonrechter
De appellant heeft een aanvraag ingediend voor een toevoeging voor rechtsbijstand in een strafzaak bij de kantonrechter, betreffende een overtreding van de Leerplichtwet 1969. De raad heeft deze aanvraag afgewezen omdat rechtsbijstand in strafzaken bij de kantonrechter in principe niet wordt verleend, tenzij er sprake is van bijzondere feitelijke of juridische ingewikkeldheid of zwaarwegende belangen.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat hij niet zelf de internationaalrechtelijke aspecten van de zaak kon behandelen en dat bijstand van een advocaat noodzakelijk was. De rechtbank oordeelde echter dat appellant zelf de redenen voor het schoolverzuim bij de kantonrechter kon aanvoeren en dat de zaak niet juridisch ingewikkeld genoeg was om toevoeging te rechtvaardigen.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat appellant onvoldoende heeft gespecificeerd welke internationaalrechtelijke aspecten spelen en dat er geen zwaarwegende belangen zijn die een toevoeging rechtvaardigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor toevoeging voor rechtsbijstand wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en zwaarwegende belangen.