ECLI:NL:RVS:2016:902
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen bestemmingsplan met watergang voor fietspad in Lansingerland
De raad van de gemeente Lansingerland stelde op 28 mei 2015 het bestemmingsplan 'Fietspad F228.5, 1e herziening Bestemmingsplan Oostland-Berkel' vast, dat voorziet in de aanleg van een fietspad en een watergang ten zuidoosten daarvan. De Parochiële Caritas Instelling (PCI), eigenaar van de betrokken agrarische gronden, stelde beroep in tegen de bestemming 'Water' voor de watergang, omdat zij van mening was dat de watergang onnodig breed was en dat de bestaande watergang voldoende watercompensatie kon bieden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad de watergang ten zuidoosten van het fietspad redelijkerwijs kon aanwijzen om natuurlijke afscheiding te realiseren en de afwatering van PCI's gronden te waarborgen. De raad had toegelicht dat de aanleg van het fietspad de natuurlijke afwatering via de bestaande watergang zou belemmeren en dat een drainagesysteem onder het fietspad ongewenst is. Ook was het bestemmingsvlak 'Water' ruim bemeten volgens beleidsregels van het Hoogheemraadschap van Delfland, wat niet onredelijk werd geacht.
Gelet op deze motivering werd het beroep van PCI ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat ruimtelijke plannen met een goede onderbouwing en rekening houdend met waterbeheer in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep van PCI tegen het bestemmingsplan met watergang is ongegrond verklaard.