ECLI:NL:RVS:2016:947
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gefingeerd dienstverband bij aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af omdat het dienstverband van de referent met het bedrijf A gefingeerd was en de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat nader onderzoek door de staatssecretaris had moeten plaatsvinden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het dienstverband feitelijk niet bestond, het bedrijf geen activiteiten ontplooide en dat de inspectie SZW en de Belastingdienst dit bevestigden. De door de vreemdeling gegeven verklaringen en stukken waren onvoldoende om het dienstverband aannemelijk te maken. De rechtbank had ten onrechte aan deze verklaringen betekenis toegekend.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris een belangenafweging had gemaakt conform artikel 8 EVRM Pro. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris gehandhaafd wegens gefingeerd dienstverband en onjuiste gegevens.