ECLI:NL:RVS:2016:951
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over sluiting horeca-inrichting wegens drugsbevinding
De burgemeester van Den Haag besloot op 1 oktober 2015 tot sluiting van een horeca-inrichting voor zes maanden na vondst van 81,5 gram hasj in de keuken. Na bezwaar werd de sluiting teruggebracht tot drie maanden. De rechtbank verklaarde het beroep van de exploitant gegrond en vernietigde het besluit, omdat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom drie maanden sluiting noodzakelijk was.
De burgemeester ging in hoger beroep en voerde aan dat de sluiting gebaseerd was op het beleid rond handelshoeveelheden softdrugs en dat verzachtende omstandigheden waren meegewogen. De Raad van State oordeelde dat het beleid niet kennelijk onredelijk is en dat de burgemeester voldoende inzichtelijk had gemaakt waarom drie maanden sluiting passend was.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de exploitant ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waardoor het sluitingsbevel van drie maanden van kracht blijft. De sluiting heeft een herstellend en preventief karakter en is geen strafsanctie.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt de sluiting van de horeca-inrichting voor drie maanden.