ECLI:NL:RVS:2016:956
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onjuiste beoordeling geloofwaardigheid
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 24 januari 2016 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas, waarin de vreemdeling stelde dat hij in Afghanistan gevaar loopt vanwege problemen met de registratie van zijn huwelijksakte. De staatssecretaris en rechtbank oordeelden dat het asielrelaas ongeloofwaardig was, mede op basis van verklaringen over de huwelijkspraktijken in Afghanistan.
De Raad van State oordeelde echter dat de staatssecretaris de verklaringen van de vreemdeling onjuist had begrepen, met name dat niet de echtscheiding van de vreemdeling zelf, maar die van zijn echtgenote de problemen veroorzaakte. Hierdoor was de motivering van het besluit onvoldoende en onzorgvuldig.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Het besluit wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling die de juiste feiten en motivering in acht neemt.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onjuiste beoordeling van de geloofwaardigheid.