ECLI:NL:RVS:2016:958
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 27 januari 2016 is afgewezen. De rechtbank heeft dit besluit op 29 februari 2016 bekrachtigd, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas van de vreemdeling. De vreemdeling betoogde dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van de staatssecretaris volgde dat het asielrelaas ongeloofwaardig was, en dat de rechtbank zich onterecht beperkte tot de vaststelling dat het asielrelaas niet was gestaafd.
De Raad van State overweegt dat de bestuursrechter de zorgvuldigheid en motivering van het besluit van het bestuursorgaan moet toetsen, met inachtneming van de beslissingsruimte die de staatssecretaris heeft bij de beoordeling van de geloofwaardigheid. De rechtbank heeft niet alleen vastgesteld dat het asielrelaas niet is gestaafd, maar ook gemotiveerd dat de verklaringen niet consistent en aannemelijk zijn.
De overige grief van de vreemdeling leidt niet tot vernietiging van de uitspraak. Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas.