ECLI:NL:RVS:2016:970
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek wijziging toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand in personen- en familierechtelijke zaak
De zaak betreft een hoger beroep van een verzoekster tegen de afwijzing van haar verzoek tot wijziging van een reeds verleende toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Het geschil draait om een procedure over de verdeling van het huwelijksvermogen na echtscheiding, waarbij de verzoekster stelt dat zij mogelijk benadeeld is door de waardering van een onderneming van haar voormalig echtgenoot.
De verzoekster had aanvankelijk een toevoeging gekregen, maar het verzoek om die toevoeging over te zetten op een andere advocaat werd afgewezen omdat deze advocaat niet was ingeschreven als specialist in het personen- en familierecht. De rechtbank oordeelde dat het specialisatievereiste terecht was toegepast, omdat het rechtsbelang van de procedure gelegen is in het personen- en familierecht.
De verzoekster voerde aan dat het belang in het algemeen verbintenissenrecht lag en dat het specialisatievereiste daarom niet van toepassing was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de verdeling van het huwelijksvermogen een personen- en familierechtelijke aangelegenheid is en dat het specialisatievereiste terecht is toegepast. Daarnaast liet de Afdeling een nieuw aangevoerd betoog buiten beschouwing omdat dit niet eerder was ingebracht.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot wijziging van de toevoeging wordt bevestigd.