ECLI:NL:RVS:2016:975
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering brede doeluitkering gemeente Den Haag wegens niet behaalde inburgeringsprestaties
De minister stelde bij besluit van 4 juli 2011 de brede doeluitkering voor de GSB III-periode (2005-2009) deels vast en gaf de gemeente Den Haag de mogelijkheid om niet behaalde afspraken alsnog in 2010 en 2011 te realiseren. De gemeente slaagde hier niet volledig in, waarna de minister bij besluit van 23 september 2013 de uitkering met ruim €19,6 miljoen verlaagde en dit bedrag terugvorderde. De gemeente stelde bezwaar en beroep in, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De gemeente voerde in hoger beroep aan dat het besluit van de minister niet correct was omdat de voorschriften van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid (Besluit BDU-SIV) volgens haar niet eenduidig waren en dat zij mocht vertrouwen op toezeggingen dat niet behaalde bedragen aan andere doelen besteed konden worden. De Raad van State oordeelde dat artikel 27, tweede lid, onderdeel d, van het Besluit imperatief is en dat afrekening op gerealiseerde prestaties plaatsvindt. De toezeggingen waren niet bevoegd gedaan en konden geen gerechtvaardigde verwachtingen scheppen.
Verder oordeelde de Raad dat de gemeente terecht werd teruggevorderd voor de Win-reserve correctie, omdat deze reeds in eerdere besluiten was verwerkt en dat de minister bevoegd was om de terugvordering uit te voeren. De belangenafweging van de minister was niet onredelijk, ook al had de gemeente de middelen al besteed. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Den Haag wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van ruim €19,6 miljoen bevestigd.