ECLI:NL:RVS:2016:978
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling ernstige bodemverontreiniging en spoedige sanering
Het college van gedeputeerde staten van Limburg stelde bij besluit van 30 september 2014 vast dat op het perceel Sint Antoniusstraat 15 te Heel sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvoor spoedige sanering noodzakelijk is. Edelchemie, eigenaar van het terrein, stelde beroep in tegen dit besluit. De Raad van State oordeelde dat de bodemverontreiniging, bestaande uit zware metalen, PAK, cyanide en andere stoffen, technisch, organisatorisch en ruimtelijk samenhangend is en derhalve als één geval van verontreiniging kan worden beschouwd.
De Raad verwierp het betoog van Edelchemie dat een deel van de verontreiniging niet door haar activiteiten is veroorzaakt, omdat het college aannemelijk had gemaakt dat andere genoemde bronnen niet substantieel hebben bijgedragen. Ook het argument dat oude meetgegevens onjuist zijn gebruikt, werd verworpen omdat de omvang van de verontreiniging ruim boven de interventiewaarden ligt en de hoeveelheid ernstig verontreinigde grond niet aannemelijk overschat is.
Ten aanzien van de noodzaak van spoedige sanering concludeerde de Raad dat de grote en uitbreidende grondwaterverontreiniging en de dreiging voor drinkwaterwinningslocaties voldoende gronden vormen voor het college om spoedige sanering op te leggen. Verder oordeelde de Raad dat het besluit terecht betrekking heeft op het gehele geval van verontreiniging en dat het ontbreken van een aanwijzing wie de saneringsverplichtingen moet nakomen, geen onrechtmatigheid oplevert.
Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Edelchemie tegen het besluit tot vaststelling van ernstige bodemverontreiniging en spoedige sanering is ongegrond verklaard.