ECLI:NL:RVS:2016:992
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding en vertegenwoordigingsbevoegdheid in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe op grond van de Wet openbaarheid van bestuur informatie openbaar gemaakt over een Mulderbeschikking betreffende een kenteken. Appellante maakte bezwaar tegen het besluit over proceskostenvergoeding, dat door het college werd vastgesteld op €243,50. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk vanwege een vermeende onvoldoende machtiging van haar gemachtigde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de machtiging van 20 maart 2014, hoewel algemeen geformuleerd, voldoende specifiek was om vertegenwoordigingsbevoegdheid te verlenen voor het indienen van het beroepschrift. De rechtbank had ten onrechte om een specifiekere machtiging gevraagd. Tevens werd geoordeeld dat het college ten onrechte een wegingsfactor van 0,50 toepaste bij de proceskostenvergoeding, terwijl de zaak als gemiddeld moest worden beoordeeld met een factor 1.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college over de proceskostenvergoeding, en veroordeelde het college tot vergoeding van €496 aan proceskosten in bezwaar en €1488 aan proceskosten in beroep en hoger beroep. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €413 aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit over proceskostenvergoeding worden vernietigd, en het college wordt veroordeeld tot een hogere proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding aan appellante.