ECLI:NL:RVS:2016:995
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens ontbreken werkgeverschap onder Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde appellante een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat twee Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning schilderwerkzaamheden hadden verricht. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante gegrond, stelde de boete vast op €14.400 en vernietigde het oorspronkelijke besluit.
Appellante voerde aan dat zij niet als werkgever moet worden beschouwd omdat zij slechts als bevoegd gevolmachtigde van de eigenaar van het woningcomplex handelde en niet zelf opdracht gaf voor de werkzaamheden. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat appellante slechts administratieve en adviserende taken verrichtte namens de eigenaar, geen eigen werkgeversrol had en niet zelfstandig contracteerde.
De minister had niet voldoende gemotiveerd waarom appellante toch als werkgever zou moeten worden aangemerkt. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het boetebesluit tegen appellante is vernietigd omdat zij niet als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen kan worden aangemerkt.