ECLI:NL:RVS:2017:1054
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor twee afzonderlijke overtredingen Arbeidstijdenwet
De minister legde appellant een bestuurlijke boete van €5.500,- op wegens twee overtredingen van de Arbeidstijdenwet: het niet gebruiken van een bestuurderskaart als tweede bestuurder en het gebruik van een niet op zijn naam gestelde bestuurderskaart als eerste bestuurder. Appellant stelde dat dit slechts één overtreding betrof vanwege eendaadse samenloop of voortgezette handeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Afdeling overwoog dat appellant twee afzonderlijke wilsbesluiten nam op verschillende tijdstippen, waardoor geen sprake is van eendaadse samenloop. Ook is het niet een voortgezette handeling, omdat het om twee verschillende keuzes gaat. De eerdere jurisprudentie waarop appellant zich beroept, betrof andere feitelijke omstandigheden en is niet vergelijkbaar.
De Raad van State oordeelt dat de minister terecht twee boetes oplegde, omdat appellant twee afzonderlijke overtredingen beging. Het ontbreken van recidive en het feit dat slechts één bestuurder en voertuig betrokken zijn, maakt cumulatie van boetes niet onevenredig. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €5.500,- bevestigd.