ECLI:NL:RVS:2017:1060
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsommen na opschorting en betalingsregeling
Het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen besloot op 10 december 2014 tot invordering van verbeurde dwangsommen van in totaal €17.500,00 wegens het zonder vergunning uitvoeren van bouwactiviteiten op twee percelen te Geleen. [Appellant] stelde dat de bevoegdheid tot invordering was verjaard en dat de opschorting van de begunstigingstermijn niet rechtsgeldig was.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de begunstigingstermijn was opgeschort vanaf 30 augustus 2012 tot de uitspraak van de rechtbank op 2 mei 2014, waarna de termijn weer begon te lopen. Hierdoor was de invorderingsbevoegdheid niet verjaard. Ook werd geoordeeld dat de betalingsregeling die het college op verzoek van [appellant] had getroffen, uitstel van betaling inhield en de verjaringstermijn had gestuit en verlengd.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college niet verplicht was [appellant] opnieuw te waarschuwen bij het weer beginnen van de begunstigingstermijn en dat het college in redelijkheid tot invordering kon overgaan. De omstandigheid dat [appellant] later alsnog een omgevingsvergunning kreeg en niet stil had gezeten, vormde geen bijzondere reden om van invordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de invordering van de dwangsommen rechtmatig is.